“Ik geloof dat literatuur, kunst, schrijven, onderwijzen of werken voor de mensheid maar één doel heeft: vechten tegen de onverschilligheid.”
Elie Wiesel, schrijver-filosoof, Nobelprijswinnaar 1986, overlevende Auschwitz-Birkenau.
Deze titel is op vele manieren interpreteerbaar, maar wat vooral in het oog springt, is de vermelding van de strijd tegen de onverschilligheid. Wiesel ziet die onverschilligheid immers als een voorbode van het kwaad. Letterlijk betekent het iets als ‘ongeïnteresseerdheid’ of ‘dat laat mij koud’, een houding waaraan Wiesel zich schijnbaar bijzonder ergert. Diezelfde houding is bovendien een van de meest vruchtbare voedingsbodems voor een totalitair bewind, vergelijkbaar met een ongeschreven onschendbaarheid. Zolang niemand aanstoot neemt aan onjuiste handelingen van een meerdere, zal die immers gewoon zijn gangetje kunnen blijven gaan. Vandaag is het aan ons om te zorgen dat dergelijke gedragingen voor eens en altijd als verkeerd bestempeld worden en dat ze zoveel mogelijk uit onze samenleving verbannen worden.
Waarom er voor literatuur, kunst, schrijven, onderwijzen of werken moet geopteerd worden als mogelijk tegengif, is in feite zeer eenvoudig. Het zijn vijf media die het vrij denken stimuleren en het elk op hun typische manier mogelijk maken om onze gevoelens en gedachten uit te drukken. Kunst is een manier om een boodschap over te brengen, vaak zeer eigen aan de tijdsgeest die er heerst. Enkel al uit de enorme diversiteit in onze hedendaagse kunst blijkt dat we het beter hebben dan vroeger, zowel op het vlak van vrijheid als van vooruitstrevendheid. Een meerderheid van de bevolking staat open voor nieuwe ideeën, wat kunstenaars meer vrijheid geeft.
De essentie van de vijf hierboven vermelde media is dat een mens zich vrij moet kunnen uiten, overigens een van de fundamentele rechten van de mens. Het beknotten van deze vrijheden is in het verleden bij vele totalitaire regimes een kleine – maar belangrijke – stap geweest naar een versteviging van de eigen leiderspositie. De hele maatschappij werd in dat geval letterlijk gehersenspoeld, tot men zich enkel kon uiten op een manier die het regime gunstig was. Voorbeelden hiervan zijn zo eenvoudig te vinden – nazi-Duitsland of de Chinese Culturele Revolutie om er maar enkele te noemen –, dat men zich al gauw begint af te vragen hoe een samenleving in dergelijke staat van onverschilligheid terechtkomt. Een bevolking moet echt langdurig achteropgesteld of volslagen radeloos zijn om zulke zaken te tolereren. Helaas is ook net deze radeloosheid vaak een voedingsbodem voor extreemrechts, getuige daarvan de economische crisis die Europa in de jaren ’20 bijna tien jaar lang in de tang hield en een belangrijke rol speelde in de opkomst van sterk nationalistisch gerichte partijen.
“De toestand is ernstig maar niet hopeloos”, luidde een paar jaar geleden de titel van een radioprogramma. Welnu, het ziet ernaar uit dat een hopeloze toestand wel degelijk ernstig genomen moet worden. Het wordt immers echt gevaarlijk wanneer een volledige natie zich bijna vrijwillig gaat onderwerpen aan een willekeurige persoon of groep, in de hoop er beter van te worden. Dergelijke fenomenen zijn erg moeilijk tegen te gaan en kunnen enkel op solidaire wijze verijdeld worden. Geen enkel land heeft immers het recht zich boven een ander land te verheffen, al ziet men in werkelijkheid wel dat grootmachten zich maar al te graag een wereldleiderschap toekennen. Overkoepelende bestuursinstanties als de Verenigde Naties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, maar helaas worden ook deze bij momenten opzijgezet. Ook al bestaat de perfecte democratie niet, toch geldt dit bestuurssysteem als het meest rechtvaardige en dat is voor velen een ideaal om te handhaven en verder te verspreiden. Misschien verkleint de kans op een herhaling van de misdaden uit het – jammer genoeg vaak verzwegen – verleden omdat het met de huidige technologie een stuk gemakkelijker wordt om de wereld in de gaten te houden.Toch blijft het gevaar altijd sluimeren, hierbij denk ik op de eerste plaats aan de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook onder andere aan de genocide in Rwanda of het regime van Pol Pot in Cambodja.
De volgende vraag die zich stelt, is hoe we een dergelijke, soms echt ingebakken, eigenschap als onverschilligheid in de praktijk kunnen bestrijden. In de eerste plaats kunnen we de “wapens” verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld door verdere strijd tegen het analfabetisme te leveren en extra aandacht te besteden aan kunst en cultuur, niet alleen in de reeds beschaafde delen van de wereld, maar vooral daar waar de mensen over weinig middelen en inspraak beschikken.
Ook verbeteringen in school- en werkomstandigheden kunnen ertoe bijdragen dat een bevolkingsgroep meer engagement toont en zich dus ontfermt over wat er in de maatschappij waarvan ze deel uitmaakt, gebeurt. Als ultiem streefdoel bekomt men dan een systeem waarbij men macht heeft op basis van kennis en niet rijkdom. Andere methoden berusten eveneens op preventie. Hierbij horen bijvoorbeeld de lessen geschiedenis, maar men kan ook campagnes op de televisie of langs de weg uitwerken. Men moet er wel over waken dat de initiatieven na verloop van tijd niet te geforceerd overkomen, in dat geval zou een dergelijke campagne volledig in contradictie zijn met zichzelf.
Tijdens het schrijven van deze tekst begon ik meer en meer de waarheid in dit citaat van Wiesel te zien. De vijf media die erin vermeld staan, zijn in onze huidige maatschappij immers noodzakelijke elementen. Noodzakelijk, omdat ze ons, nietige individuen, de kans geven om op een serene wijze ons beklag te doen, gehoord of ongehoord. Zij zetten ons bij deze ook aan om over allerhande zaken na te denken en om vrij een mening te uiten waarmee men onder andere omstandigheden misschien niet zou durven uitpakken. Of we onverschilligheid echt de wereld kunnen uithelpen, blijft vooralsnog een vraagteken. Maar met de middelen die in de titel worden aangehaald, hebben we in elk geval de juiste wapens in huis om de strijd tegen de onverschilligheid aan te gaan.
Hendrik Ponnet
6 de jaar wetenschappen-wiskunde