een oud schort, een oud hemd ..... (iets om je kledij te beschermen)
vod (oude handdoek .... )
penselen (noodzakelijk)
plakkaatverf (als je er hebt )
lijm
schaar
Plaats en uur van het gebeuren :
Tekenlokaal ( lokaal 112/113)
Groep A : 09.00 tot 10.30 ( vanaf 8.45 )
Groep B : 11.00 tot 12.30
Groep C : 13.55 tot 15.25 ( vanaf 13.45)
Ergens gelezen !!
Kunst om de kunst wordt in de etnische kunst zelden geproduceerd. De objecten die worden vervaardigd hebben een bepaalde functie, een bepaalde rol. Die kan zowel op het profane als op het religieuze vlak liggen. De ingegroefde lijnvormige elementen en motieven die op vele objecten voorkomen kunnen louter dienen om te versieren maar vaak bezitten ze een symbolische betekenis.
Beelden, maskers en andere gebruiksvoorwerpen doen dienst in voorouderculten, begrafenisrituelen, vruchtbaarheids -en zuiveringsriten of bij erediensten. Ze worden gebruikt om schadelijk krachten uit te schakelen en het welzijn te bevorderen. Bepaalde maskers bezitten een louter ontspannende functie.
Oud-Afrikaanse kunst :
De kunst van de Afrikaanse volkeren is al lang geen curiosum meer; zij wekte begrip, bewondering en zelfs navolging. Stilistisch is ze streng gebonden en de motievenkeuze van de voorstelling is al naar gelang de cultuur der volkeren min of meer nauw begrensd.
Er is een nauwe relatie tussen handwerker en kunstenaar. Houtsnijden, graveren, metaalgieten, schilderen enz. zijn in de eerste plaats ambachtelijke vaardigheden die worden doorgegeven van vader op zoon, van meester op leerling. Het is een kwestie van persoonlijke begaafdheid of een werkstuk er één is van dertien in een dozijn dan wel een echt kunstwerk.
Er spelen heel wat religieuze invloeden en de kunstliefde of pronkliefde van de vorst spelen net zoals bij ons een grote rol.
Grondstoffen : HOUT
Om zuiver praktische en om magisch-religieuze redenen worden niet alle houtsoorten aangewend. Zo gaat men voor een groot masker waar zeer lang mee moet gedanst worden een lichte houtsoort gebruiken. Soms zijn er houtsoorten die sacraal zijn en die men in bepaalde omstandigheden moet gebruiken.
Maskers en beelden worden vaak uit één stuk hout gemaakt.
Beschilderen :
Maskers worden in tegenstelling met beelden veel vaker beschilderd. De kleurstoffen zijn van minerale oorsprong ( wit van rivierkalk), van vegetale oorsprong (rood van sap van wortels, blauw van de dallé-boom, zwart van houtskool) ... Sinds de contacten met de Europeanen is was-blauw zeer gegeerd en meer recentelijk worden ook allerlei industriële verfstoffen gebruikt.
Verven worden aangebracht met de vingers, veren, stukjes textiel, enz.
Rood, wit en zwart zijn de meest voorkomende kleuren gevolgd door blauw. De symbolische betekenis van de voornaamste kleuren verschilt van volk tot volk. Zo bijvoorbeeld houden de Yoruba (Nigeria) bij uitstek van indigo-blauw. De kleur houdt verband met water en licht. Rood is een agressieve kleur en dus die van de donder- en bliksemgod Shango.
Zwart is de kleur van de ambivalente god Eshu. Bij de Igbo (Nigeria) zijn figuren van de Mbarischrijnen beschilderd. Lichte kleuren staan voor het mooie, het goede; donkere kleuren voor het duistere, het vreesaanjagende, het lelijke
Bekleding van houten voorwerpen:
Glaskralen worden in Kameroen eerst op repen stof genaaid, die dan op het object worden aangebracht en getuigen van de welstand van de bezitter.
Kauri-schelpen worden bij de Kuba (Congo), naast kralen zeer veel op maskers aangetroffen. Kauri's hebben lang een muntwaarde bezeten en symboliseren hierdoor rijkdom maar ook vruchtbaarheid.
DIVERSE AARDSOORTEN
Leem wordt meestal aangewend om voorwerpen te vervaardigen die enkel gedroogd worden, terwijl men kleisoorten gebruikt voor aardewerk dat wordt gebakken. De kleur van terracotta (lichtbruin tot rood, okerkleurig tot oranjerood ..) is afhankelijk van de grondstof, de baktemperatuur en de plaats in de oven.
De versiering zijn vaak bescheiden, bijvoorbeeld door met nagels en vingers in te drukken. Soms worden stempels gebruikt zodat geometrische patronen verkregen worden.
SCULPTUREN
De meeste beelden toten een rechtopstaande houding. De normale menselijk verhoudingen zijn meestal niet in acht genomen, het hoofd is meestal groot voorgesteld. De meeste beelden worden naakt voorgesteld waarbij de seksuele kenmerken ofwel geprononceerd ofwel nauwelijks aanwezig zijn (of dit te maken heeft met het belang dat men in Afrika hecht aan de vruchtbaarheid - zoals algemeen wordt aangenomen - is eenstelling die nog niet met zekerheid bewezen is.)
Batik
Komt van het Javaans ambatik (= tekenen met was), het is een stofversiering die door verfuitsparing wordt verkregen. Bepaalde delen van een doek worden afgedekt met hete vloeibare bijenwas, die op het doek aangebracht meteen stolt. De stof wordt daarna in een verfblad gedompeld.
Men verkrijgt een kleurrijk geheel doordat steeds andere delen met was worden afgedekt. Karakteristiek voor batik zijn de craquélijntjes op die plaatsen waar de kleurstof door de gebroken was heen heeft kunnen dringen.
De batiktechniek wordt in diverse delen van de wereld o.m. China, Japan, Voor-Indië en Afrika, beoefend.
Men gebruikt een waspen, de canting, om de was aan te brengen.
Verslag workshop : Maskers
1. Maskers :
Bij deze activiteit kregen de leerlingen een op voorhand gebakken masker voorgeschoteld dat ze, voor zover hun creativiteit reikt, naar eigen goeddunken mogen decoreren met plakkaatverf en ravia, voor het haar of voor de baard. Om het uitzicht van de maskers toch nog enigszins Afrikaans te houden mochten de leerlingen in verscheidene kunstboeken over Afrikaanse maskers kijken, waarin ze een rijke schat aan informatie vonden over de gebruikte kleuren, voornamelijk bruine, grijze en rode tinten, en over de meest gebruikte motieven, zoals vierkanten en ruiten. Natuurlijk waren de leerlingen niet verplicht zich aan deze voorbeelden te houden en mochten ze naar hartelust experimenteren met kleuren en schakeringen. Het resultaat was dan ook de moeite waard!
2. Batikken :
Zij die geen maskers versierden mochten batikken, een techniek die men gebruikt om stoffen te versieren. De leerlingen moesten bepaalde gedeelten van de lap stof met was bedekken, gebruikmakende van een penseel of tjanting, en daarna in een verfbad dompelen. Doordat het vet niet oplost in de verf, zal de verf niet in de met was bedekte delen van de stof doordringen. Dit procédé moesten ze dan verschillende malen herhalen door de was op verschillende gedeelten aan te brengen en door andere kleuren te gebruiken, eerst de lichte, daarna de donkere kleuren, want eens men een donkere kleur heeft aangebracht is het niet meet mogelijk om een lichtere kleur aan te brengen.. Kenmerkend voor de gebatikte stoffen zijn de adertjes die door de stof lopen: het craquelé. Ze ontstaan door het kraken van de was bij het kleuren: de kleurstof gaat in de kleine breuken en deze kleuren in de donkere kleur van het volgende verfbad. De resultaten mochten er dan ook wel zijn.
3. Potten en schotels boetseren :
Voor de leerlingen die niet aan de overige twee activiteiten daalnamen was er natuurlijk nog altijd het vervaardigen van schoteltjes en potjes. Hier mochten de leerlingen hun scheppingsvermogen loslaten op een brok klei en met hun blote handen een waar kunstwerk oprichten. Ook hier konden de leerlingen zich laten inspireren door de gebruikelijke Afrikaanse voorbeelden om deze voorwerpen te vervaardigen en ze kregen dan ook dezelfde middelen ter beschikking. Na een waarschijnlijk zenuwslopende periode van geboetseerd en gezweet begonnen de geboetseerde voorwerpen steeds meer en meer op datgene te gelijken dat ze zouden moeten voorstellen en uiteindelijk bevonden zich op de tafel een groot aantal potten en schoteltjes in allerlei vormen. Zo waren er ronde, vierkante en (min of meer) stervormige schoteltjes en potjes, al dan niet met handvaten. De een was al sneller dan de andere, maar uiteindelijk was er niemand die de techniek niet onder de knie kreeg.
Aan welk van de drie onderdelen men ook deelnam, iedereen wist zich perfect te amuseren en deze activiteit was zeker een succes te noemen.