In je bundel vind je ook een plan van het museum en een beetje uitleg die je door de zalen kan gidsen.
Je kan een lunchpakket meebrengen.
NOG EVEN JE AANDACHT : 's avonds ter afsluiten van de themadag Afrikaans feest Iedereen wordt verwacht !!
Activiteiten:
18.00 u: Afrikaanse kip met keuze uit verschillende sausen en bijgerechten
19.00 u- 19.45 u: Optreden Afrikaanse muziek en dansgroep
pauze
20.15 u - 21.00 u : optreden Afrikaanse muziek en dansgroep
Doorlopend activiteiten:
Verschillende standjes : o.a. wereldwinkel, Afrikaanse likeur, Afrikaanse koekjes
Tentoonstelling: Afrikaanse kunst gemaakt door leerlingen
Video: Themadag Afrika (dagactiviteiten van de leerlingen)
N.B. : Met de mogelijke opbrengst willen we graag een meisje adopteren uit Ethiopië .
Tervuren: Koninklijk Museum voor midden- Afrika
Inleiding
Om in België enige belangstelling op te wekken voor zijn overzeese expansiepolitiek, zou Koning Leopold II in 1897 in Tervuren een eerste grote Koloniale Tentoonstelling inrichten. Vanaf 1898 werd er een permanent museum opgericht.
De geschiedenis van Tervuren gaat terug tot omstreeks 1200. In die periode lieten de hertogen van Brabant er een kasteel bouwen; de ligging aan de rand van het Zoniënwoud was immers zeer geschikt als zomerverblijf en algauw werd het ook een belangrijk trefpunt voor de adellijke liefhebbers van de jacht.
Later kwamen verschillende vorsten aan de beurt om het gebouw en de omgeving te verfraaien. Margareta van Bourgondië liet het bos vervangen door een park en tuinen. Onder de regering van de Aartshertogen Albrecht en Isabella werd het kasteel gerenoveerd en het park ommuurd ( 1625-1632); een gedeelte van deze ommuring is tot heden bewaard gebleven. Keizer Jozef II liet het kasteel in 1781 afbreken. Tussen 1817 en 1821 werd een nieuw gebouw opgericht en Willem-Frederik, Prins van Oranje, die had deelgenomen aan de slag van Waterloo, kreeg het als zomerverblijf aangeboden. In 1867 kwam prinses Charlotte, de onfortuinlijke zus van de toenmalige koning van België Leopold II, er haar intrek nemen. Maar in 1879 werd de residentie door brand vernield.
Pas in 1897 werd Tervuren het centrum voor een koloniaal museum. Toen liet koning Leopold II op de ruïnes een gebouw oprichten om er een tentoonstelling onder te brengen over Kongo-Vrijstaat. Hij was immers vorst-soeverein van Kongo-Vrijstaat, die hij in 1885 had opgericht. In 1908 werd dit gebied als kolonie aan België afgestaan en tot de onafhankelijkheid in 1960 heette het Belgisch-Kongo. Van het toenmalige museumgebouw, nu bekend als Koloniënpaleis, heeft alleen nog de voorgevel zijn oorspronkelijke vorm bewaard. Het ligt schuin rechts achter het huidige museum.
Aangemoedigd door het succes van de tentoonstelling van 1897, ging Leopold II over tot het oprichten van het Kongomuseum.
In 1904 begon men met de bouw van het huidige museum. Het werd plechtig ingehuldigd door koning Albert in 1910.
Het museum is gebouwd in de vorm van een rechthoek, rondom een groot binnenplein; voor- en achtergevel zijn 125 m lang, de zijgevels 71 m. De hoofdgevel geeft uit op het park en bestaat uit twee vleugels; ze zijn verbonden door een brede rotonde en het geheel is bekroond met een koepel.
In 1960 na de onafhankelijkheid van Kongo werd het belangstellingsveld uitgebreid tot Oceanië en sommige gebieden van Noord- en Zuid-Amerika. Ook de naam van het museum veranderde van Koloniaal museum naar het museum voor Midden-Afrika.
ETNOGRAFIE van MIDDEN-AFRIKA (zaal 2)
In deze zaal zijn voorwerpen samengebracht die representatief zijn voor de materiële cultuur van een gebied dat zich uitstrekt over Democratische republiek Congo, Noord-Angola, Rwanda, Burundi en Zuid-Soedan. Specifieke voorwerpen voor elk volk vertegenwoordigen de verschillende cultuurgebieden en stellen telkens een overheersend cultureel aspect in het daglicht.
De vitrines die aan de kant van de vensters opgesteld zijn, bevatten voorwerpen uit de zuidelijke helft van Midden-Afrika. Daar leven groepen die veel aandacht besteden aan het figuratieve element in hun plastische kunst.
Een vitrine in het midden van de muur aan de overzijde toont voorwerpen uit het cultuurgebied Kwango. Men vindt er meer vlechtwerk en metalen wapens.
Bij de ingang vind je de cultuur van de Pygmeeën, zij zijn jagers en vruchtenverzamelaars die zich regelmatig verplaatsen binnen de grenzen van hun jachtgebied en beschikken daarom maar over weinig voorwerpen.
De herdersvolkeren worden vertegenwoordigd door de bewoners van het gebied van de Grote Meren, men toont hier o.a. een intore-danser.
Aan de andere kant van de zaal zijn vitrines van de Tshokwe. Hun woongebied ligt deels in Zaïre, deels in Angola. Van de Portugezen, die sinds het einde van de XVe eeuw de Angolese kust aandeden, hebben zij o.m. Europese renaissancestoelen leren kennen en hebben die nagebootst ten behoeve van hun koningen en andere gezagsdragers. In een andere vitrine wordt een masker met bijhorende danskledij getoond. Het dansmasker stelt de vrouw APwo@ voor en symboliseert het ideaal van de schoonheid. Rondtrekkende dansers dragen dit masker, incarnatie van de vrouwelijke voorouder.
De tentoongestelde voorwerpen van Kuba zijn het werk van specialisten en geven de sociale en politieke rol weer van de kunst. Het bezit van vele, mooi versierde gebruiksvoorwerpen is een kenmerk van sociale status van de eigenaar. Hiervan getuigen de zeer mooie weefsels, het vlechtwerk en de rijkelijk versierde gezagssymbolen.
Aan de overzijde worden voorwerpen getoond van de Ngbaka, die in het gebied rond Gemena, in het noordwesten van de Republiek Congo wonen. Om de zeven jaar worden grote initiatiefeesten voor jongens georganiseerd. Een groot deel van de vitrine wordt ingenomen door houten imitaties van wapens en sieraden die deel uitmaken van de attributen van de inwijdelingen.
Vervolgens worden de culturen van de Lega en de Lengola getoond. De sociale organisatie werd beheerst door een genootschap ( ontbonden in 1948) waarbinnen men verschillende rangen en graden onderscheidde, waarvan de leden telkens hun eigen zangen, dansen houten of ivoren beeldjes, maskers en emblemen hadden.
De laatste vitrines (palend aan de zaal Asculptuur van Midden-Afrika@) zijn gewijd aan de Mongo. Je vindt er vooral dagelijkse gebruiksvoorwerpen en de resultaten van smeden, wevers pottenbakkers en mandenvlechters.
Etnografie en kunst van Afrika ( met uitzondering van Midden-Afrika) (zaal 3 in voorbereiding)
Hier werden voorwerpen bijeengebracht die diverse culturen van het uitgestrekte Afrikaanse continent illustreren.
Een reeks vitrines is gewijd aan geïslamiseerde volkeren van Noord-West-Afrika. Er worden voorbeelden getoond van zilveren en gouden juwelen, die in Senegal, Mauretanië en andere randgebieden van de Sahara werden gevonden.
Mali: hun maskers die vroeger uitsluitend bij landbouwrituelen gebruikt werden, worden nu nagenoeg uitsluitend op begrafenissen en dodenherdenkingen van leden van de Awa-genootschappen gedragen: zo o.m. het antilopemasker en het kruisvormige kanaga-masker. Dit laatste stelt Amma, de schepper, voor. De beelden dienen als rustplaats voor de levenskracht van de overledenen. Ze worden bewaard op zolders of in grotten. Ze zijn vaak het voorwerp van offerrituelen , zodat ze vaak een verweerd uitzicht hebben en met een dikke korst bedekt zijn.
Zeer typisch voor de kunst van de Akan-volkeren uit Ghana en Ivoorkust zijn de voorwerpen, die verband houden met de goudhandel. In Ghana werd inderdaad heel wat goud gevonden en goudpoeder werd al vlug een belangrijk betaalmiddel. Daartoe vervaardigde men weegschaaltes, scheplepeltjes, bewaardoosjes en gewichtjes. De kleine gewichtjes zijn geometrisch of figuratief van vorm en vertonen een oneindige verscheidenheid.
De Yoruba vormen één van de belangrijkste stammen in het hedendaagse Nigeria. Voor hun motieven vinden ze inspiratie in hun rituelen en religieuze voorstellingen. Hun pantheon (tempel) telt niet minder dan 400 goden (of Orisha), die meestal onderwerp zijn van één cultus. Zo is b.v. Ibeji de god van de tweelingen. Als een van de tweelingen sterft, wordt een ibeji-beeldje gesneden om als rustplaats te dienen voor zijn ziel. Het beeldje wordt dan ook net als de overledene vroeger, gebaad, geolied, getooid, gevoed en gekleed.
De voorwerpen van de San omvatten kledij, sierraden (kralen uit de schaal van struisvogeleieren), werktuigen, huishoudgerei en wapens.
Men ziet verder voorbeelden van zeer rijke kunstproductie van Kameroen, in hoofdzaak afkomstig van de talrijke kleine koningshoven.
Sculptuur van Midden-Afrika ( zaal 4 )
De sculpturen ten zuiden van het Congolese woud hebben een weelderige vormgeving en tonen zelfs een zeker realisme.
De sculpturen ten noorden zijn meer geschematiseerd en sober.
Zuidelijk deel :
rechts vitrines i.v.m. Congo
Je vindt er de NKISI-beelden, waaraan magische krachtstoffen worden toegevoegd.
KaKUNGO-maskers (van de Suku en de oostelijke Yaka), met gezwollen wangen en bolle vormen worden gedragen door de leider van de initiatieriten voor jongens (deze bestaan uit lessen, proeven en festiviteiten waaraan de jongeren moeten deelnemen voordat ze opgenomen worden in de gemeenschap van de volwassenen).
Ivoren amuletmaskertjes zijnde vrij nauwkeurig verkleinde weergave van verschillend maskertypes.
Deze hangers zijn niet louter sierraden, maar door nabootsen van de grote maskers die bovennatuurlijke krachten bezitten wil men deze krachten bezweren.
Verderop bevinden zich de vitrines van Kuba, Luluwa, Songye, Tshokwe, Bembe, en Luba.
Bij hun beelden valt op: de krachtige en gedrongen vormen en de typische weergave van het gelaat.
Het noordelijk deel
Masker van Boa : de werkelijkheid is vervormd, vlakken die afwisselend wit en zwart geschilderd zijn, en zeer kenmerkend zijn de ringvormige grote oren. Het is bij deze stam namelijk de gewoonte om een deel van de oorschelp (de anthelix) te verwijderen en er een gebogen stukje palmbladstengel in te bevestigen. Kleine kraaltjes dienen als extra versiering.
Juwelen en siervoorwerpen (zaal 6)
Van oudsher heeft de mens zijn lichaam verfraaid. Met kleurstoffen, sierraden en lichaamsvervormingen poogde hij zijn fysisch voorkomen mooier te maken, te verbeteren, zich van de dieren of andere mensengroepen te onderscheiden. Er waren vele redenen om iets aan het lichaam te veranderen. Het gebeurde vaak dat de mens zich de levenskracht van sommige dieren wil eigen maken. Daarom tooide hij zich met horens, klauwen, stekels, veren enz. van dieren waarvan verondersteld werd dat zij in contact stonden met het bovennatuurlijke.
Dikwijls werden sierraden als amulet of afweermiddel gebruikt. Men droeg ze dan aan de meest kwetsbare lichaamsdelen.
In sommige sterk hiërarchische stammen werden sierraden als klasse- en waardigheidssymbolen beschouwd.
Maar vaak was het alleen uit loutere behaagzucht.
Geschiedenis (zaal 7)
Hier vind je een mooie verzameling landkaarten en iconografische documenten, zij illustreren de evolutie van de kennis van de Europeaan over Afrika.
Geschiedenis van Kongo
Het koninkrijk Kongo strekte zich uit over Neder-Kongo en Angola en kwam reeds op het einde van de 15de eeuw in contact met Europa, meer bepaald met d Portugese zeevaarders.
In het midden van de zaal vind je een kopie van de herdenkingszuil (of padrao) die de Portugese zeevaarder (Diogo Cao) in de jaren 1482-1483 oprichtte toe hij de monding van de Zairestroom ontdekte.
In 1491 heeft de toen regerende vorst zich laten dopen, waardoor d invloed van het katholicisme en Europa groter werd.
De grote verzameling kruisbeelden uit Beneden-Kongo vertonen vele varianten gaande van Europees seriewerk tot specifiek Afrikaanse vormgeving.
In een vitrine zijn enkele Europese kruiken te zien die dienden voor de invoer van alcoholische dranken uit Europa.
Hoe de Afrikaanse kunstenaars zich de Europeaan voorstelden, zien we in een andere kast. De beelden die zich hier bevinden, zijn vooral in houtsnijwerk of messing, ze worden gekenmerkt door hun karikaturaal karakter wat betekent dat het portret zich beperkt tot enkele essentiële kenmerken.
Ook van Stanley zijn voorwerpen tentoongesteld die hij meebracht van zijn verschillende expedities in Abessinië, zijn zoektocht naar Livingstone in Oost-Afrika, zijn reis dwars door Afrika en de Emin-Pasha expeditie.
( Stanley werd er door zijn krant op uitgestuurd was om Livingstone te zoeken ( omdat er geen nieuws meer kwam van Livingstone) en nadien werd hij door Leopold II ingehuurd om het Kongobekken te verkennen en met de plaatselijke hoofden akkoorden af te sluiten. )
Herdenkingszaal : De Belgische aanwezigheid overzee (zaal 8)
De Afrika-politiek van Leopold II :
Internationale Aardrijkskundige conferentie werd gehouden in het koninklijk paleis te Brussel in 1876
Men stichtte toe de A Internationale Afrikaanse vereniging@ die stelde zich tot doel posten op te richten in Midden-Afrika.
Het zeer actieve Belgische commité zond van 1877 tot 1885 5 expedities naar Oost-Afrika.
(kaarten illustreren die activiteit)
In 1879 werd het AComité d=etudes du Haut-Congo@ gesticht. Dit was een economische organisatie die Stanley de opdracht gaf langs de Beneden-Kongo posten op te richten en een weg aan te leggen, omdat watervallen d stroom over een afstand van 300 km onbevaarbaar maakten.
Deze opdracht vertraagde Stanley=s opmars zodat Pierre de Savorgnan de Brazza hem voor was en aan de Stanley Pool (in de omgeving van he huidige Kinshasa) reeds de Franse vlag had geplant.
Leopold II zag onmiddellijk in dat het afsnijden van een uitweg naar zee ongunstig was en liet het gebied van de Kwilu-Niari bezetten, een rivier die ten noorden van d Kongostroom in de Atlantische oceaan uitmondt.
In 1885 werd dit gebied aan Frankrijk afgestaan in ruil voor een uitweg naar de zee langs de Kongostroom ( kijk naar de kaart van Congo, zie je de vorm ).
In 1885 werd de Onafhankelijke Kongostaat uitgeroepen en Leopold II kreeg van het Belgische parlement d toestemming om hoofd te worden van deze nieuwe staat.
(de enige band met België beperkte zich toe tot een gemeenschappelijke vorst)
Afrikaans berglandschap (zaal 9)
Aan de voet van het bergmassief: ondoordringbaar evenaarswoud
Geleidelijke overgang naar het bergwoud
Op ca. 2.300 m : bamboewoud
Bamboe: jonge scheuten bereiken snel hun definitieve dikte (10 tot 12 cm), ze kunnen 30 tot 50 cm per dag groeien en worden tot 30 m hoog. Ze zijn zacht en gesuikerd, waardoor sommige dieren zoals gorilla=s er erg belust op zijn.
Op 2.900 m: heidewoud met balsemien en orchideeën
Heidestruiken worden hier soms bomen van 8 tot 10 m hoog.
Op deze hoogte hangen wolken die het zicht op de top vanuit het dal belemmeren. Het regent er minder, maar er hangt altijd mist. Mossen bedekken de bodem volledig en vormen dikke kussens waar men soms tot zijn middel kan wegzakken.
Boven de 3.650 m: alpiene zone
Men stijgt er boven de mist uit, de blauwe lucht verschijnt weer, het is er koud met temperaturen rond het vriespunt. Het is een landschap met zegge, reuzelobelia en leeuweklauw.
Boven de 4.600 m: gletsjerzone
Hier overleeft alleen korstmos
Land- en bosbouw economie (zaal 10)
De landbouw speelt een belangrijke rol in vrijwel elk Afrikaans land.
Bij het groeperen van gewassen heeft men vooral rekening gehouden met het gebruik.
zetmeel- en suikerhoudende gewassen
stimulerende, insectendodende- en geneeskrachtige gewassen
vezels, rubber en oliehoudende gewassen
overzicht van de specerijen, parfums, kleurstoffen en vruchten
Een schaalmodel van een heuvel toont ons de nadelige gevolgen van regenerosie en de middelen om het te voorkomen.
Het museum bezit de tweede grootste houtverzameling ter wereld.
Zoogdieren ( zaal 13)
In midden-Afrika vind je twee grote landschappen:
Het evenaarswoud of regenwoud
De savannes of graslanden
Diorama's
Savanne
A: termietenheuvel, aardvarken ( dat voornamelijk van termieten leeft), sabelantilopen
B: zebra=s, Afrikaanse wolf (= lycaon, leven in meutes en hun prooi is vaak een afgezonderde jonge zebra)
C: zwarte savannebuffel (leeft in kuddes, is één van de grootste herkauwers, schofthoogte 1.60 m in Afrika), Nijl-lechwe (alleen de mannetjes hebben horens, meestal S-vormig , uiteinden gekromd, impala (elegantste savanneantilope)
D: Bongo ( = grootste woudantilope, vrouwtjes hebben ook horens maar kleiner, zijn dag en nacht actief,
Reuzenschubdier ( voedt zich met mieren en termieten, heeft geen tanden maar een lange kleverige tong)
E: Nijlpaard, nijlkrokodillen (lengte kan meer dan 6 m bedragen)
Evenaarswoud
F: woudbuffel,
apen: kleine potto - nachtaapje zonder staart, kruipt in trage bewegingen over de takken, soms hangend zoals Zuid Amerikaanse luiaard, echte apen zijn dagdieren, colobusaap leeft hoog in de bomen en slingeren met veel lenigheid van tak tot tak, de lagere ruimten van het woud worden bewoond door apen van de familie van de meerkatten.
G: impala-antilope, luipaarden ( savanneluipaarden zijn veel lichter van kleur, meer aangepast aan het milieu = schutkleur), zadeljakhalzen.
H: witte Afrikaanse neushoorn, is het grootste landzoogdier na de olifant, zeldzaam geworden.
En nog vele andere Afrikaanse zoogdieren in de vitrines
Nabij de doorgang naar de zaal van de vogels geeft een kaart je een overzicht van de zoogdierfauna in Afrika.
Vogels (zaal 15)
vissen , reptielen en amfibieën (zaal 16)
insecten en andere ongewervelden (zaal 17)
Geologie en mineralogie (zaal 18)
Prehistorie en archeologie (zaal 19)
Je begint je bezoek best vanuit de zaal van de zoogdieren.
Rechts: evolutie van het leven, de mens op aarde
Evolutie van het leven op aarde alsof er sinds de vorming der aarde slechts 12 uren zouden verstreken zijn. Binnen deze voorstelling zou de mens pass in de laatste minuut op het toneel verschenen zijn
Evolutie van de mens , vanaf de primaten tot de hominidae.
Merk op dat de hersenschedel steeds groter wordt, en aanpassingen van het skelet om rechtop te kunnen lopen
Stamboom van de mens die door de ontdekkingen van de laatste jaren steeds meer de vorm van een struik krijgt.
Voorstelling van enkele technieken en hulpwetenschappen bij de studie van de prehistorie
Vitrines met PREHISTORISCHE VOORWERPEN
Als gronstof gebruikte de mens alle mogelijke materialen die hij in de natuur aantrof, zoals steen en beenderen. Je ziet hier vooral stenen werktuigen, omdat deze het best bewaard bleven.
Homo Habilis (ca. 2.500.000 tot ca 900.000/ 500.000 v. C. (= voor Christus)
deze maakte werktuigen uit stenen blokken of keien
Homo Erectus (ca 2.000.000 tot ca. 200.000 v.C.)
vuistbijlen en klievers, fijnere afslagen
Homo Sapiens ( Middensteentijdperk : ca 100.000/60.000 tot 30.000/20.000 v.C.)
gebruikte gesteelde werktuigen
Homo Sapiens Sapiens (late steentijdperk)
voorwerpen kleiner, beter hanteerbaar en lichter o.a. zagen, lansen harpoenen en sikkels
Zoölogische diaorama=s (zaal 20)
Vergelijkende Etnografie (zaal 21)
Voorouderbeelden:
mensen richten zich tot hun voorouders of andere bovennatuurlijke wezens om zich te beschermen tegen ongeluk, om sociale banden te verstevigen of om vruchtbaarheid en overvloed te vragen.
Gezagssymbolen:
Houten potdeksels:
illustreren bepaalde spreuken en gezegden (als de vrouw het nodig acht kan ze bij het opdienen van een maaltijd een potdeksel met en aangepaste spreuk kiezen, meestal is die dan een verwijt aan het adres van de man)
Ziekte en dood:
worden toegeschreven aan bovennatuurlijke oorzaken. Een lijk wordt in matten gewikkeld en begraven, in sommige gebieden wordt het gerookt of gedroogd, elders met meters stof omwikkeld, of in een lijkkist bijgezet.