De verantwoordelijke leerkrachte was Roberta Burrini, met assistentie van Van der Linden Steffie en Van Nieuwenhove Vera.
De workshop ging door in lokaal 112 en de leerlingen moesten zelf stiften, kleurpotloden en penselen meebrengen.
In lokaal 112 houden de leerlingen zich bezig met het inkleuren van tekeningen die een god of een zonnegod afbeelden. Het kleuren gebeurt met stiften of kleurpotloden. Het eindresultaat zal felgekleurde goden voorstellen, die hoogstwaarschijnlijk de kale grijze muren van ons schoolgebouw zullen opfleuren.
Enkele andere leerlingen amuseren zich met het maken van vliegers. Dit doen ze door op een vel lichtgekleurd papier de omtrek van het geraamte van de vlieger nauwkeurig over te tekenen en daarna uit te knippen. Het geraamte bestaat uit twee stokjes, het ene wat langer dan het andere, die in kruisvorm op elkaar bevestigd worden. Een dun touw verbindt de vier uiteinden van de stokken met elkaar. Na het versieren van de vliegervormige vellen papier, worden deze bevestigd op het geraamte. De vlieger is klaar!
Er heerst een verontrustende stilte in de klas. Interviews zijn niet nodig; de gezichten van de leerlingen spreken boekdelen. Ze verwachten waarschijnlijk iets leukers van deze bezigheid; tot hun verbazing zijn de opdrachten nogal saai en dus amuseren ze zich met het houden van “diepgaande” gesprekken die in geen geval handelen over zonne- en andere goden.