Lesgevers : Verlé Rudy
Verbeke Iris ('s morgens)
Ghijs Steven
Lokaal : speelplaats / spelweide
Benodigdheden : pluimbal
net en palen
kegels om terrein af te bakenen
boomstammen
chrono
| Uurrooster | groep | begeleider |
| 09.00 tot 10.30 | groep 10 | De Caluwé Sigrid |
| 11.00 tot 11.30 | groep 2 | De Caluwé Danny |
| 13.55 tot 15.00 | groep 5 | Van Roy A. |
Iedereen wordt in ploegen verdeeld van 6 spelers
Spel 1: Petéka (Brazilië en Chili)
Het spel wordt gespeeld met een pluimbal (Indiaca).
De spelregels, de ploegopstelling en het terrein (18x9m) zijn zoals in het volleybalspel.
Tijdsduur: 2 x 15 minuten
Winnaar: ploeg met hoogste score
Spel 2: Wedren
Loopwedstrijd geďntroduceerd door Noord Amerikaanse Indianen
2 ploegen van 6spelers – rond palen wordt een traject afgelegd waarbij elke speler onderling van plaats wisselt. De ploeg die het snelste al zijn lopers van plaats verwisselt wint.
Normaal zouden de volksspelen in open lucht plaatsvinden op het grasveld van onze school, maar omdat het pijpenstelen regende trokken de deelnemers naar de plaatselijke sporthal. Toen ze binnen kwamen werden ze in 2 groepen verdeeld.
1ste groep:
Peteka of indiaca
Het is een spel dat in Chili en Brazilië algemeen verspreid is. Je speelt het met een Indiaca of pluimbal op een speelveld dat lijkt op een mini-volleybal terrein. De spelregels zijn zoals bij volleybal: 2 ploegen van 6 spelers – er wordt getost voor de opslag – je serveert vanaf de achterlijn door de pluimbal onderhands over het net naar de tegenpartij te slaan. Zij ontvangen de opslag en moeten / mogen de pluimbal met één, twee of drie onderhandse slagen naar de tegenpartij terugspelen . Alleen als je aan de opslag bent kan je punten scoren. Valt de bal op de grond of buiten het speelveld dan verandert de opslag, de spelregels zijn dus identiek aan die van het volleybal. Alleen speel je hier met een pluimbal die je onderhands met 1 hand moet slaan. Ook zoals in de volleybal draaien de spelers in wijzerzin door bij elke opslagwissel. Ze spelen 2x12 minuten met de bedoeling zoveel mogelijk punten te scoren tijdens die 2 sets. De winnaar is de ploeg die tijdens de 2 sets het grootste aantal punten scoort.
2de groep:
Wedren
Loopwedstrijden met aflossing waren bij de Indianen zeer belangrijk omdat zij o.a. boodschappers 100-den kilometers lieten lopen om zo snel mogelijk te kunnen communiceren. Het speelveld is een terrein met 5 paaltjes in de vorm van een kruis. 2 ploegen van elk 6 spelers nemen het tegen elkaar op. De wedren is afgelopen wanneer elke speler van een ploeg van plaats gewisseld heeft.
Begin van het spel: spelers 1 van beide ploegen krijgen elk een aflossingsstok. Bij het fluitsignaal lopen zij naar de middelste paal en nemen een ring, dan lopen ze via de buitenzijde en rond de paaltjes zo snel mogelijk richting speler 6. Vooraleer met deze laatste af te lossen gooien zij de ring eerst over de middelste paal en wisselen daarna binnen de cirkel met speler 6 de stok. Spelers 6 lopen nu opnieuw naar de middelste paal om een ring op te halen, om vervolgens naar positie 1 te lopen. Vooraleer echter hun plaats in te nemen in cirkel 1, gooien ze eerst de ring over de middelste paal om daarna vervolgens hun plaats in cirkel 1 in te nemen en van hieruit de stok nu door te geven aan hun medespeler nummer 2, nu volgt hetzelfde stramien tot wanneer elke speler van plaats gewisseld heeft. De ploeg die het snelste al zijn spelers van plaats verwisselt, wint de wedstrijd. De ploeg die het eerste 2 wedstrijden wint is de algemene overwinnaar. We kunnen dus max. 3 manches van dit spel spelen.









